Sociaal beleid

LokaalHengelo staat voor een goed sociaal beleid met de WMO, Jeugdwet en Participatiewet als uitgangspunt.

Sociaal WMO-beleid

  • LokaalHengelo wil een onafhankelijke cliëntondersteuning.
  • Extra inzet op de aanpak van armoede en schulden. Het huidige beleid is écht onvoldoende en levert te weinig resultaat op.
  • Mantelzorgers en vrijwilligers verdienen erkenning en waardering. Een respijthuis en andere vormen van respijtzorg moeten binnen handbereik komen.
  • Hengelo moet een inclusieve samenleving zijn en blijven. Dat betekent dat iedereen ongehinderd mee kan doen en dat Hengelo een toegankelijke stad is voor mensen met beperkingen. ‘Agenda 22’ is uitgangspunt voor het WMO-beleid.
  • Zorgen voor goede, betaalbare en toegankelijke voorzieningen.
  • Streven naar het uitbannen van eenzaamheid en meer aandacht voor mensen met dementie.

Jeugdplan
LokaalHengelo maakt zich grote zorgen over de tekorten in de jeugdzorg en wil daarom samen met alle bij kinderen en jongeren betrokken organisaties met een Hengeloos jeugdplan komen. Belangrijke aandachtspunten: in Hengelo mogen er geen jongeren zonder vaste woon en verblijfplaats zijn, de gemeente moet daar actief op toezien; er moet een kinderburgemeester komen zodat kinderen ook echt mee kunnen praten; kinderen mogen niet de dupe worden van een vechtscheiding; loverboy-praktijken en sexting behoren keihard te worden aangepakt.

Sociale participatiewet

  • Hengelo moet de eerste Twentse gemeente zijn die de banenafspraak 2020 heeft ingevuld.
  • Stoppen met werken zonder loon en verdringing, streven naar duurzame garantiebanen, investeren in échte banen.
  • Het sociale werk- en leerbedrijf SWB doet goed werk en moet behouden blijven; gebruik maken van de kennis en infrastructuur van de SWB; kiezen voor écht sociaal aanbesteden
  • Daarnaast moeten marktpartijen en initiatieven uit de samenleving meer kansen krijgen.
  • De participatiewet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, met onder meer de inzet van taalmaatjes en re-integratiemaatjes.
  • Zelf verantwoordelijk zijn voor de eigen re-integratie moet mogelijk zijn via een persoonsgebonden re-integratie budget.